5 redenen voor ouderlijk toezicht op de PC

Kinderen en Internet zijn tegenwoordig onlosmakelijk met elkaar verbonden. Groeiden wij nog op met een computer waarop wordperfect nog in 2 kleuren te bewonderen was en Internet slechts een hersenspinsel van universiteiten en het Amerikaanse leger (ARPANet), zo groeien de kinderen nu op met Youtube in HD en de digitale schoolklas. Het internet is een open ruimte, zonder duidelijk aanwezige “oom agent” of “overblijfmoeder” die onze kinderen, hun gedrag en hun activiteiten in de gaten houd. Laat uw kinderen loslopen in Hartje Amsterdam, en vraag u eens af wat er allemaal mis kan gaan. Met het internet is het net zo.

Stel u eens voor dat we bovenstaand scenario eens met het Internet gaan vergelijken. U laat uw kind los in Hartje Amsterdam. U vertrouwt er op, na het kind geïnstrueerd te hebben niet van het Damrak te gaan dat deze vrolijk op het Damrak blijft ronddartelen. Ik zal u dan maar snel uit de droom helpen…

Allereerst heeft het Damrak op enig moment van de dag enkele honderden zo niet een kleine duizend bezoekers. Het internet net zo. Uw kind is niet alleen, althans wellicht fysiek, maar niet on-line. Duizenden mensen zijn aanwezig op het Internet en er hoeft, net als op het Damrak, maar één zieke geest tussen te zitten die het op uw brave zoon/dochter* heeft voorzien. Tegenwoordig hebben ze allemaal Hyves, Facebook of andere online profiel(en), inclusief bijbehorende foto’s van zichzelf al dan niet met andere jeugdigen.

Het Damrak heeft ook honderden zijstraatjes, met allerlei hele mooie neonborden met lokkertjes, zo ook het internet, alleen heten de zijstraatjes daar geen zijstraatje, maar “link”, en is de neonreclame vervangen door de online equivalent; de reclame-banner. Moet je op het Damrak nog fysiek de straat in lopen, op het internet is dat met een “klik” gebeurd. Begrijp me niet verkeerd, Ik ben niet tegen het gebruik van sociale media. Integendeel, Ik stimuleer het gebruik hiervan juist vaak, ik ben alleen tegen mísbruik van sociale media. En daar lopen we gelijk tegen het grootste probleem aan.

1. Misbruik

Misbruik van sociale media is schering en inslag, en dan bedoel ik niet door kinderen, maar door hele grote organisaties die alles doen om uw kinderen binnen te lokken door allerlei gadgets te beloven, en deze vervolgens nooit te leveren, tot individuele gladjakkers (pedofielen mag ik niet zeggen, want ze zijn vaak niet of nog niet veroordeeld, en dus onschuldig tot het tegendeel is bewezen) die het op het MSN account van uw kind hebben voorzien en openlijk de boel belazeren door zichzelf voor te doen als kind of zelfs als vriendje/vriendinnetje.

En nu denkt u, terwijl u dit leest, waarschijnlijk iets in de trand van “Dat zal mijn kind niet gebeuren” of “Wat is de kans dat dit met mijn kind gebeurt?”. Nou, vraag u dan eens het volgende af: Kent u alle accounts van uw kind op het internet? Kent u alle contactpersonen op MSN van uw kind persoonlijk ook? Weet u wat voor mailtjes uw kind krijgt? Indien het antwoord op alle voorgaande vragen een volmondig “ja” is, dan feliciteer ik u, echter is het antwoord op één of meer van deze vragen een twijfelende “ja” of zelfs een voorzichtige “nee”, dan bestaat er een reële kans dat er iemand is die uw kind op dit moment volgt en die hier wellicht niet thuishoort. Het hoeft natuurlijk niet, maar de kans wordt reëel. Hoe reëel? Ik kan u meteen een paar voorbeelden geven zoals hier, en hier, en kijk ook hier of hier… Uitzonderingen zegt u? Ik help het u hopen.

2. Social Engineering

Social engineering is ook zo’n gevaar, en is een vorm van misbruik van de goedgelovigheid van kinderen. Men belooft allerlei leuke gadgets in ruil voor wat informatie, informatie waar het kind, zo blijkt later, nog jaren mee achtervolgd zal worden door malafide marketingorganisaties en gluiperige spammers.

Social engineering is niets nieuws, het is een term die men gebruikt om een heel aantal zaken onder 1 kopje samen te vatten. Het is eigenlijk niets anders dan misbruik maken van het vertrouwen van mensen om ze bepaalde (gevoelige) gegevens te ontfutselen. Kevin Mitnick, een van ‘s werelds bekendste hackers gebruikte dit trucje al om mensen hun SOFI hummer of andere gegevens te ontfutselen.

Kevin Mitnick is ook wel bekend vanwege zijn brutale hacks in systemen van het Pentagon, NORAD en de NSA. Scammen is ook een vorm van social engineering, maar het kan zelfs fysiek, of telefonisch…

Een goed voorbeeld van social engineering aan de hand van een waargebeurd verhaal:

Een vrijdagmiddag voor Joachim Rademakers, 14 jaar. Er zit weer een week op in de tweede klas VWO/Havo aan een provinciaal college ergens onder Venlo. Vader Henk is druk met de oogst van asperges, moeder Irma is met vriendinnen aan het winkelen in Maastricht. Joachim is wat aan het msn’en en youtuben als de vaste telefoon gaat.

“Met ING. Is je vader of moeder thuis? We moeten hen dringend spreken vanwege een spoedopdracht”, vertelt de vreemde aan de andere kant van de lijn. Joachim antwoordt: “Nee, ze zijn er niet en ik kan ze nu ook niet bereiken.”

De beller dringt aan: “Het gaat om een klein ding met rekening 4029701, maar het is wel dringend.” Zoonlief kan niet helpen: “Ik zou niet weten wat ik kan doen. U kunt beter later terugbellen.”

“Dat kunnen we doen, maar dan is er een nieuwe maand. Voor het einde van deze maand moet het geregeld zijn, anders loopt het helemaal mis met een betaling.”

“Daar begrijp ik niets van. Dan had u toch wel eerder kunnen bellen”, merkt de 14-jarige slim op. Ook daar heeft de beller een antwoord op: “We hebben tot twee keer toe een brief gestuurd. Misschien zijn je vader en moeder erg druk en hebben ze de brieven niet opengemaakt of afgehandeld.”

“Ja, dat zou goed kunnen, maar ik weet er niets van. U kunt het beter later nog een keer proberen.” De beller roept de hulp van Joachim in: “Misschien kun jij ons helpen. Dan bespaar je je ouders een heleboel narigheid.”

De jongen twijfelt: “Ik zou niet weten wat ik kan doen, want het is hun rekening en daar kan ik niets mee doen.” De ‘ING-medewerker’ stelt gerust: “Dat hoeft ook niet. Je hoeft alleen maar even een nummer van een brief door te geven.”

“Ik heb geen idee waar ik die moet zoeken. Dat moet ik m’n ouders vragen.” Er wordt met Joachim meegedacht: “Misschien als je even in een la kijkt of er een map ligt van ING…” En dat blijkt te helpen: “…Ja, die ligt hier wel, maar daar kan ik niets mee.”

De beller wel, die neemt Joachim verder aan het handje: “Zit er toevallig een brief in met een rij nummers?” De jongen die zijn ouders denkt te helpen, vertelt: “Even kijken hoor… Ja, hier heb ik hem.”

“We weten niet of het de goede brief is. Kun je even de eerste nummers oplezen?” Dat doet Joachim: “1412, 3613, 2418…” En het is raak. “Ja, ga maar door.” Wat hij netjes doet: “8817, 4412, …” En waarmee de kous af is. “Ja, geregeld, goed gedaan. Je hebt je ouders een belangrijke dienst bewezen.”

Joachim is blij van het gezeur af te zijn. Die zaak is geregeld. Hij hoort pa de trap op gaan direct naar de badkamer en vindt het niet de moeite hem erover lastig te vallen. Irma komt ‘s avonds gierend van het lachen binnen. “En heeft er nog iemand gebeld?” “Ja, een man van de ING. Hij wilde wat nummers hebben.”

Zij schiet direct in de stress, zet de laptop aan en logt in op MijnING.nl. Lopende rekening: 0,00 euro, eerste spaarrekening: 0,00 euro, studiespaarrekening kinderen: 0,00 euro. “Alles leeg, het is niet waar, dat kan helemaal niet. 48.000 euro weg”, gilt Irma.

Henk hoort haar kreten en snelt de trap af. Hij trekt bleek weg, voelt zich fysiek ziek: hoeveel asperges moet hij daarvoor wel niet steken? ING bellen, helpdesk, wachten, wachten, doorverbinden. “Ja mevrouw, uw rekeningen zijn vanmiddag leeggehaald. We bellen u maandag terug. Vergeet niet om aangifte te doen.”

de Social Engineer kon, zonder moeite te doen, de hele rekening en spaarrekeningen van deze nietsvermoedende ouders leeg trekken. Het kind, in al zijn onschuld, is natuurlijk niet verantwoordelijk te houden voor zijn acties. Het heeft in zijn acties het beste willen doen om zijn moeder of vader te helpen. Dat dit van de wal in de sloot is, dat weet en snapt dat kind niet. Gelukkig is in bovenstaand voorbeeld alles weer goed gekomen, en hebben de ouders het geld weer terug, maar het KAN erger.

En wat dacht u van al die mooie websites die u een iPod of iPad beloven in ruil voor informatie die u in een “online enquête” achterlaat? ze vragen u daarin het hemd van het lijf… “Heeft u wel eens een lening gehad”, “Overweegt u een lening af te sluiten, of zou u dit willen overwegen?”, “Heeft u een hypotheek?”, “Heeft u een baan?”, “Wat is uw inkomen”? Allemaal vragen waar u op internet zo antwoord op geeft, maar zou deze vraag u op straat door een wildvreemde worden gesteld, dan zou u wel twee keer nadenken voor u antwoord zou geven.

Waarom geven kinderen dan zo makkelijk antwoord? Het antwoord op de vraag is even simpel als ingewikkeld; “Het kind waant zich in een veilige omgeving omdat het thuis zit, het ziet geen gevaar”. Dit geldt trouwens ook voor volwassenen. Omdat er geen fysiek gevaar is, geven ze onszelf vaak heel makkelijk “bloot” aan deze malafide praktijken. Eigenlijk zou u elke website moeten behandelen alsof het een vreemde persoon is die u vragen stelt.

Aan u de taak om de website te laten bewijzen dat dit een bonafide bedrijf/persoon is. En geloof me, SSL certificaten helpen wel, maar ook die zijn te faken. Gezond verstand gebruiken is vaak de beste optie, en dat is waar het kinderen, gezien hun leeftijd, vaak aan ontbreekt. Niet omdat ze niet slim zijn, maar in de zin van levenservaring, en zelfs volwassenen tuinen hier met open ogen in, dus neem het ze niet kwalijk.

3. Online Pesten

Online pesten is niet zo ongebruikelijk als het wellicht klinkt. Sterker nog, nog niet zo lang geleden heeft SIRE een campagne gelanceerd die ouders bewust maakt van deze nieuwe vorm van pesten. Het komt vaker voor dan u denkt, en het is soms nog destructiever dan fysiek pesten. Het begint vaak al op de basisschool, zo blijkt uit een artikel van het AD van juli 2010.

Online pesten kent vele vormen, en niet alleen Hyves, Facebook en MSN worden hierbij betrokken, maar ook SMS, MMS en zelfs e-mail kan hierin een rol spelen. Het begint vaak als een “geintje”, in een boze bui mailt een kind een (doods)bedreiging naar een ander kind, denkende dat deze wel “begrijpt” dat dit niet al te serieus bedoeld is. Het kind dat de bedreiging echter ontvangt, zal deze bedreiging echter serieus nemen.

Uit onderzoek is gebleken dat 18 % van de meisjes en 8 % van de jongens tussen de 11 en 15 jaar wel eens on-line wordt gepest. Een schrikbarend hoog aantal. Dat betekent letterlijk dat in een klas met 30 leerlingen, zo’n 6 meisjes en 3 jongens on-line het pispaaltje zijn van andere kinderen. In mijn ogen een schrikbarend hoog aantal dat, indien ouders een oogje in het zeil houden, lang niet zo hoog hoeft te zijn.

4. Ongeschikte inhoud

Bij ongeschikte inhoud denkt u natuurlijk meteen aan (half)naakte dames of heren en andere sexueel getinte afbeeldingen. Natuurlijk, dat hoeven ze niet te zien, maar er zijn dingen die ik zelf, veiligheidshalve, erger vind dan wat natuurschoon. Wat dacht u van virussen? Key-loggers? Ongeschikte inhoud kan ook vulgaire taal zijn, racisme, geweld, alcohol(misbruik) of wellicht vind u het normaal dat een kind op een site terecht komt waar openlijk het bezit van wapens wordt verheerlijkt?

Kinderen vinden op het internet méér dan alleen plaatjes op sites van betrekkelijk allooi, het is hun digitale poort tot de wereld. Tuurlijk, we kunnen doorslaan en het Internet uitschakelen op een speciaal account voor de kinderen op de computer, en alleen sites als Wikipedia toestaan… Maar bewijzen we ze daarmee een dienst?

Vroeg of laat komen ze wel met deze “content” in aanraking, maar willen we zelf niet de controle over wanneer dat is? en hoe dat gaat? Dat hoort bij het opvoeden. Maar het is ook heel natuurlijk dat een kind op zoek gaat naar informatie, sterker nog, in deze digitale wereld is het essentieel dat kinderen leren dat ze zelf op zoek kunnen naar informatie. Echter is het belangrijk dat we de “keuzemogelijkheid” beperken. Ik bedoel dan niet dat we lokaal Google in de ban moeten doen, of andere zoekmachines, maar het kind laten zien hoe het moet zoeken, wat betrouwbare bronnen zijn en hoe ze sites van betrekkelijk allooi links kunnen laten liggen.

Bescherm kinderen door ze te leren hoe ze met internet om moeten leren gaan, net als vroeger vaders je leerde fietsen, nu is dat ongeveer hetzelfde, alleen gaat het nu om “leren surfen”.

Voor de erg jonge kinderen bestaan er kindvriendelijke manieren om het surfgedrag te beperken, er zijn zelfs speciale browsers ontwikkeld om kinderen alleen toegang tot veilige sites te bieden in een veilige omgeving.

5. Scammers

De zogenaamde 419-scammers, zo genoemd naar het Nigeriaanse wetsartikel waarin deze soort van misdaad word genoemd, richten zich ook steeds vaker op kinderen. Niet omdat ze de kinderen geld willen ontfutselen, maar omdat ze via de kinderen tot de ouders willen geraken. Omdat de meeste mensen inmiddels wel weten wat een 419-scam is, proberen ze nu nieuwe methodes. En ik ben bang dat we het laatste van deze scammers nog niet gezien hebben.

Kinderen zijn nog goed van vertrouwen, en dat is gevaarlijk. Daar spelen malafide personen/bedrijven graag op in.

Tot slot

Wees ook uzelf bewust van de gevaren van het Internet, dan kunt u dit aan uw kinderen leren of uw kinderen beschermen tegen dergelijke praktijken. “Niet met vreemden praten” en “Niet met vreemden meegaan die je een snoepje aanbieden” gaat ook op internet op, zij het in een ietwat andere context. Zie elke website die u bezoekt en waar u niet mee bekend bent als een “vreemde” en stel uzelf dezelfde vragen als wanneer u een willekeurig vreemd iemand op straat tegenkomt. Uw eerste indruk is vaak de juiste…

*= haal door wat niet van toepassing is.